Entry- en exitcapaciteit

Het systeem voor het verkopen van gastransport dat GTS hanteert, wordt het entry-exit systeem genoemd. Dat betekent dat het leidingnet over zogenoemde entrypunten (circa 50) en exitpunten (circa 1.100) beschikt. Een entrypunt is een plaats in het leidingnet waar het aardgas fysiek in het systeem kan worden gebracht, een exitpunt is een plaats waar het gas fysiek uit het systeem kan worden gehaald (bijvoorbeeld op een gasontvangstation of op een exportstation).

Klanten van GTS kopen vooraf capaciteit op deze entry- en exitpunten zodat ze het gas op een bepaalde plaats in het systeem kunnen brengen en het er op een andere plaats weer uit kunnen halen (= transport). De klant kan zelf combinaties maken van entry- en exitpunten maar hij moet wel voor een zekere balans zorgen tussen de hoeveelheid gas die hij in het systeem brengt en de hoeveelheid die hij er uit haalt. Daarvoor heeft GTS een balanceringsregime ingesteld.

GTS biedt entry- en exitcapaciteit zowel vast (zeker) als afschakelbaar aan. Vaste capaciteit betekent dat de klant zeker is dat hij de door hem gekochte capaciteit ook kan benutten. Bij afschakelbare capaciteit is dat niet zo. Er bestaat een bepaalde kans op afschakelen. Deze afschakelbare capaciteit wordt pas verkocht als alle vaste capaciteit is uitverkocht. Capaciteit met een hogere kans op afschakelen wordt pas verkocht als alle capaciteit met een lagere kans op afschakelen is uitverkocht.

Het gas dat zich in het systeem van GTS bevindt kan voordat het via een exitpunt het systeem verlaat gemakkelijk van eigenaar wisselen. Hierdoor wordt het mogelijk handel te bedrijven (zie ook Title Transfer Facility).