Over POS en SBS
Het regime is gebaseerd op near real time informatie over de cumulatieve balanceerpositie van iedere shipper (portfolio onbalans signaal of POS) en van het systeem (systeembalanssignaal of SBS). Het SBS is gelijk aan de som van alle POS’en en geeft de balanspositie van het netsysteem weer.
Wanneer we “demping” definiëren als het verschil tussen geprogrammeerde exit en entry, leiden we hieruit een definitie af voor onbalans: onbalans is het verschil tussen de demping in het programma en het werkelijke verschil tussen entry en exit. Voor programma’s zonder demping zijn de geprogrammeerde entry en exit dan ook gelijk en heffen elkaar in feite op, waarbij de onbalans als het verschil tussen de near real time allocatie van entry en exit resteert.
De programma’s (en dus ook de demping) worden de dag vóór de feitelijke dag van het transport vastgelegd.
Al naar gelang het type entry- en exitpunten in een portfolio betekent “near real time” in de praktijk “met een vertraging van ongeveer 20 minuten”. Aan de hand van de near real time allocaties berekent GTS ieder uur voor ieder portfolio de onbalans (wanneer een portfolio uit een entry- en een exitprogramma bestaat, wordt de netto onbalans berekend). De onbalans per uur wordt bij het POS van het vorige uur opgeteld om het POS voor dit uur te berekenen. Wanneer alle POS’en berekend zijn, wordt het SBS berekend als de som van alle POS’en.
Het POS wordt ongeveer 20 minuten na het uur definitief. Tijdens het uur voorspelt GTS het SBS op basis van verwachte POS’en voor het einde van dat uur. De voorspelling voor het SBS wordt gebruikt om te bepalen of de BPL opgeroepen moet worden. Indien en zodra de BPL wordt opgeroepen, wordt het volume van het gas dat op de biedladder (BPL) gekocht of verkocht moet worden, op basis van het voorspelde SBS berekend.
Wanneer het systeem “lang” is, worden portfolio's die lang zijn, gedefinieerd als “causers” en portfolio's die “kort” zijn, gedefinieerd als “helpers”. Wanneer het systeem daarentegen “kort” is, worden portfolio's die “kort” zijn, gedefinieerd als “causers” en portfolio’s die “lang” zijn, gedefinieerd als “helpers”. Samen met het SBS worden de gecombineerde posities van “helpers” door GTS bekend gemaakt. Door het totale POS-volume van de “helpers” en de “causers” bekend te maken, wordt de shipper die een onbalans verzorgt, in staat gesteld om het gasvolume dat aan zijn portfolio wordt toegewezen, te berekenen (hulpgas en op de BPL gekocht / verkocht gas):
Wanneer het verwachte SBS tijdens het lopende uur uit de donkergroene zone komt, wordt de BPL opgeroepen en wordt het cumulatieve volume aan helpers van de POS gekocht (wanneer het systeem kort is) of verkocht (wanneer het systeem lang is) tegen de marginale prijs naar rato aan de POS’en van de causers toegewezen.
Bovendien krijgen alle helpers van het systeem (shippers van wie het POS tegengesteld is aan het SBS) een POS van nul (en zijn dus in balans). Het volume van het gas dat bij deze transactie betrokken is, wordt naar rato toegewezen aan de causers van de onbalans in het systeem (van wie het POS hetzelfde teken heeft als het SBS). Dit gas noemt men het hulpgas; het is bedoeld als extra stimulans om te helpen het systeem in balans te houden.
Over POS en SBS