Veiligheid Gasontvangstation
Aangeslotenen hebben als eigenaar van het gebouw van de aansluiting een verantwoordelijkheid met betrekking tot de veiligheid. De veiligheidsvoorschriften die verwoordt zijn in de Europese richtlijn op het gebied van explosieveiligheid (ATEX) zijn van toepassing op de installatie in het gasontvangstation en ook op de ruimte waarin de installatie is geplaatst.
Classificatie van het gebouw en gevolgen voor elektrische apparatuur
De veiligheidsclassificatie van ruimten en de daaraan gekoppelde normen zijn afhankelijk van de ventilatiefactor (het aantal keren per uur dat inhoud van de ruimte geventileerd wordt) van deze ruimten. Voor vrijwel alle gasontvangstations geldt dat ze een ventilatievoud hebben kleiner dan 5 keer per uur. Hierdoor wordt de gasdrukregelruimte geclassificeerd als zone 1. Ook de ventilatie- en deuropeningen aan de buitenkant van de gasdrukregelruimte vallen in zone 1 tot een afstand met een straal van 1 meter.
Op basis van het bovenstaande zijn door Gasunie zoneringstekeningen gemaakt die op het station aanwezig zijn. Op deze tekeningen is de gasdrukregelruimte als ook de buitenkant tot 1 meter van de gasdrukregelruimte geclassificeerd als zone 1. Dit heeft gevolgen voor de apparatuur die gebruikt wordt in deze zone. Gasunie draagt zorg dat haar installatie voldoet aan deze regelgeving. Het is de verantwoordelijkheid van de aangeslotene het deel van de installatie dat in eigendom is van de aangeslotene voldoet aan de regelgeving.
Gasunie laat 1 keer per 5 jaar een keuring uitvoeren op de totale elektrische installatie in het station. Bij gebreken aan de installatie van de aangeslotene wordt deze geïnformeerd met het verzoek om de manco’s op te lossen.
In het kader van veilig werken wil Gasunie altijd door de aangesloten geïnformeerd worden bij werkzaamheden binnen de zonering. In deze gevallen kan de aangeslotene contact opnemen met onze operationele werkvoorbereiders. Zie voor telefoonnummers onder “Contact”.
Veiligheid Gasontvangstation